InterviewStoriesTekst

Choreograaf Yves Ruth: ‘Ik heb in mijn leven maar 10 danslessen gevolgd’

Choreograaf Yves Ruth bespreekt zijn danscollectief 'We Are Not People' en zijn passie voor dans © Yves Ruth

Yves Ruth, misschien zegt de naam je wel wat en komt zijn gezicht je bekend voor van het tv-programma So You Think You Can Dance. De tweeëndertig-jarige choreograaf heeft na meer dan tien jaar danservaring al heel wat op zijn palmares staan, waaronder zijn nieuwste voorstelling met We Are Not People: UFO. Maar zijn danscarrière was niet altijd zo vanzelfsprekend. 

Anderlecht. Kort voor de middag komen we aan in het cultuurcentrum Zinnema waar we de beroemde Franstalige choreograaf zullen ontmoeten. Voor wie Yves nog niet zo goed kent: hij danste voor verschillende artiesten waaronder Hadise en mocht als choreograaf werken voor het bekende dansprogramma So You Think You Can Dance. Hij heeft sinds enkele jaren ook zijn eigen danscollectieven LEAD (Live to Express A Dream) en We Are Not People, waarmee hij met die laatste zijn dansvoorstelling UFO heeft verwezenlijkt. Tegenwoordig is hij dikke maatjes met So You Think You Can Dance-jurylid Ish Ait Hamou en zie je ze ook vaak samenwerken aan dansproducties. Vandaag werkt Yves solo. Ruim een halfuur te laat voor onze afspraak komt hij via de achteringang naar de cafetaria ons uit ons lijden verlossen. Na zich duizend keer geëxcuseerd te hebben en onze camera gedragen te hebben naar zijn kantoor waren we het lange wachten al lang vergeten. Eerlijk gezegd waren we al meteen ontwapend bij zijn aankomst.

Heb je een dansopleiding gevolgd?

Non. (lacht) Ik heb geen opleiding gevolgd. Eigenlijk ben ik zelfs laat beginnen dansen vergeleken met vele andere dansers die ik ken; ik was ongeveer achttien jaar. Daarvoor was mijn relatie met dans helemaal niet speciaal. Mijn enige referentie was Michael Jackson. En al de rest was crap. Maar ik probeer wel veel nieuwe dingen. Zo heb ik even gevoetbald en muziek gespeeld. En ook een les breakdance gevolgd, gewoon uit nieuwsgierigheid. Mijn jongere zusje danste al en elke keer als ik haar afzette voor de dansles en ze me iets liet zien wat ze had geleerd, dacht ik: wow, what the fuck is dat?! Maar sinds ik echt met dansen ben begonnen, denk ik dat ik in heel mijn leven maar tien of vijftien lessen heb genomen.

Hoe ben je dan met dansen begonnen?

Ik had een vriendengroep en we hadden samen een dansfilm gezien: You got served. Daarna zeiden we: dat doen we ook. We zijn elke dag na school naar het station gegaan met onze boombox. En we deden alles na van de film maar dan met onze eigen choreografie.

Ben je in hiphop of breakdance begonnen?

In het station danste ik een combinatie van hiphop en breakdance. Als je vroeger naar het station ging, kon je goed zien dat die plek deel uitmaakte van de danscultuur. Het was een plek waar vele urbandansers en undergrounddansers naartoe gingen omdat er nog geen danslessen waren in dat genre. Daarnaast is er op die plek ook geen ‘danscode’. Er zijn geen spelregels waar de dansers zich aan moeten houden. Tegenwoordig worden er steeds meer en meer danslessen gegeven in hiphop. Maar er is hiphop en er is hiphop.

Hiphop is meer dan alleen maar een dansstijl. Het is een cultuur en de dansstijl maakt er slechts deel van uit. Die is voortgevloeid uit de breakdance. Je kan naar zoveel dansscholen gaan tegenwoordig in Brussel waar je op de planning hiphop tussen zal vinden maar wat is hiphop dan? Waar velen niet bij stilstaan, is dat hiphop niet alleen dans is. Het is een cultuur op zich die uit vier delen bestaat (graffiti, breakdance, rap en dj’en dat oorspronkelijk ontstond door het scratchen van platen, red.). Na een tijdje is dat allemaal geëvolueerd en nu heeft iedereen een definitie van wat hiphop is. Is dat erg? Nee, natuurlijk niet, maar als je hiphop wil dansen, is het altijd goed dat je de geschiedenis kent.

Vanaf wanneer werd dans iets serieus voor je?

Tot mijn tweeëntwintig jaar zag ik dans altijd als een naschoolse activiteit. Dansen was puur een ontspanning. Aan een professionele danscarrière dacht ik nog niet, dans was een ontmoetingsgelegenheid met mijn vrienden en alleen wedstrijden interesseerden me. Maar toen ik in mijn derde jaar communicatie zat, kwam ik voor een dilemma. Omdat ik almaar meer dansopdrachten begon te krijgen, twijfelde ik om nog verder te gaan met mijn studies. Op dat moment was er een auditie in Brussel voor een artiest. Ik zei toen tegen mezelf dat als ik de auditie haalde, ik voor één jaar mocht stoppen met school en proberen om te dansen. Maar het was niet gewoon proberen, het was proberen om het te maken. De doelstellingen die ik mezelf had opgelegd voor een jaar, heb ik in zeven of acht maanden behaald. En toen zei ik weer tegen mezelf: ok, on to the next one.

Choreograaf worden was niet gepland. Ik denk dat ik op de juist plaats, op de juiste moment. Ik heb gewoon veel geluk gehad.

Hoe ik ben begonnen als professionele danser? (haalt nonchalant zijn schouders op) We zeggen wel eens: op de juist plaats, op de juiste moment. Ik denk dat ik gewoon veel geluk heb gehad. Choreograaf worden is iets dat met mij mee is gekomen doorheen mijn danscarrière. Ik ben er niet naar op zoek gegaan.

Hoe ervaar je de dansscène in België en in onze buurlanden?

Wat veel meespeelt voor een goede danscarrière, naast talent en passie, is een goed netwerk. Als je de juiste mensen niet kent, is het moeilijk. Met de sociale media die er nu zijn, is dat al iets makkelijker. Maar als je vroeger niet genoeg netwerkte, wist je van niets. De dansscène in België is klein omdat we in een klein land leven. Dus het is makkelijker om andere dansers te leren kennen. Iedereen kent elkaar ook. Dat vind ik positief. Daarnaast vind ik dat we best een mooi danswereldje hebben. Hoewel we niet genoeg opdrachten meer hebben omdat de danswereld in België net zo klein is. Voor de commerciële dansers is het helemaal niet gemakkelijk nu omdat we amper nog artiesten hebben. Als er in Wallonië drie artiesten zijn, is het al veel en in Vlaanderen daalt het aantal artiesten ieder jaar opnieuw.

Toen ik als commerciële danser begon, was het op dat gebied iets makkelijker. Toen had je nog Tien Om Te Zien, de TMF-Awards en iedere week was er een nieuwe tv-show waar dansers voor nodig waren. In die tijd had je artiesten als Brahim, Sandrine, Natalia, Hadise,… Kortom er waren non-stopopdrachten. Ook nog de jaarlijkse TMF-Awards die plaatsvonden in het Antwerpse Sportpaleis en die ieder jaar het hoogtepunt voor de Belgische showbusiness betekenden.  Maar toen die verdwenen, kwam er een leegte. Als je vandaag als commerciële danser wilt werken, kan dat in Vlaanderen misschien nog voor Natalia of Kate Ryan. Zij gebruiken af en toe nog wel eens dansers, maar voor ons is dat geen uitdaging meer en is het meer de artiest vergezellen geworden.

Wat ik wel als een positieve evolutie zie, is de toegang tot de dansscène bij onze buurlanden. Die is, vergeleken met vroeger, makkelijker geworden. Vroeger was reizen al iets wow omdat je er sterk in je schoenen voor moest staan en een goed netwerk moest hebben. Nu is het veel makkelijker om te gaan kijken wat er in onze buurlanden gebeurt. De wereld is opener geworden daarin. Je kan bijvoorbeeld in België als danser een kleine productie maken, daarvoor nog wat dansjobs uitproberen en als je er klaar voor bent, kan je naar Nederland gaan. Daar is er heel veel te beleven als je danser bent. Net zoals in Frankrijk.

De nieuwe generatie dansers lijkt soms minder passie te hebben om het te maken in de danswereld. Wat vind jij?

Dat lijkt me eerder een persoonlijke vaststelling. Maar het klopt wel dat de nieuwe generatie een terugkomend probleem heeft, namelijk een gebrek aan informatie. Heb je niet de juiste informatie, dan is het moeilijk om de juiste richting uit te gaan. Het is lastig om in ons klein landje de juiste danstechnieken te leren, omdat de meeste goeie dansers vertrekken naar het buitenland om daar hun carrière verder te zetten. Dus blijven er niet veel mentors over die jou de juiste richting in kunnen sturen. Iedereen doet nu gewoon wat hij of zij wil.

Er is ook een switch gebeurd. Vandaag is informatie verzamelen heel gemakkelijk; dankzij YouTube kan iedereen leren dansen. Vroeger was de beschikbare informatie beperkt en de passie groot, nu is dit omgedraaid. Er zijn natuurlijk nog altijd mensen met passie, maar dat zijn eerder individuen, het is geen community zoals vroeger. Everybody wants to make it, but without the effort.

Met de dansers van We Are Not People (WANP) tour je op dit moment met de voorstelling UFO rond, waarin de relatie tussen individuen, hun menselijkheid en de maatschappij wordt besproken. Hoe is dit allemaal tot stand gekomen?

WANP omvat een groter verhaal dan alleen de voorstelling waarmee we op dit moment touren. Het begon eigenlijk al in 2013. Ik werd toen gecast voor de eerste muziekvideo van de artieste Rina Mushonga. Ze zocht een acteur die ook kon dansen en na een auditie kozen ze mij uit. Op de filmset werkte ik samen met de Nederlandse actrice Hanna Verboom en tijdens de repetities hoorde ik voor de eerste keer het nummer van Rina: Eastern Highlands. Haar muziek raakte me meteen tot in mijn ziel en ik vroeg me af: ‘Wat is dit? Waarom voel ik mij zo?’. Maar ik ging gewoon door met de repetitie en het filmen ging goed. Toen we klaar waren, heb ik Rina ontmoet. Ze is een heel atypische en bijzondere persoon. I thought she was really cool.

Everybody wants to make it, but without the effort

In de periode na het filmen van de muziekvideo bleef ik maar denken aan haar muziek. Ik had haar een paar dagen na onze ontmoeting gecontacteerd via Facebook en zei: ‘Jouw muziek heeft me echt geraakt en ik heb er nood aan om mijn gevoelens en gedachten neer te schrijven.’ Ik stuurde alles door wat ik had neergepend en ze zei uiteindelijk: ‘Oké, jij moet naar Amsterdam komen, we zullen praten.’ Ik vertrok meteen richting Amsterdam en eenmaal we ons hadden gezet in café Bali, hebben we zes uur lang met elkaar gepraat. Op het einde vertelde ik haar dat ik een show wou maken met haar muziek and I think it should be called ‘We are not people’. Tijdens ons gesprek ging het namelijk vaak over de maatschappij en ongelijkheid, hoe ik me voelde en wat ik rondom mij zag. Die titel vond ik daarbij passen. Gelukkig ging zij meteen akkoord.

Ik was dus helemaal verliefd geworden op Rina’s muziek en wist met wie ik graag zou samenwerken voor de voorstelling. In plaats van aan hen proberen uit te leggen wat ik van plan was, heb ik mijn vrienden met wie ik WANP wou maken, de dansers en andere choreografen, meegenomen naar een concert van Rina. We zaten tijdens het concert allemaal met onze mond wagenwijd open toe te kijken. Iedereen was enthousiast en zo is de voorstelling dus tot stand gekomen.

Je hebt veel van je eigen gedachten en gevoelens in de voorstelling verwerkt. Was het niet moeilijk om zo’n persoonlijk verhaal te vertellen?

Ja, dat wel. De eerste productie vond plaats in de Arenberg in Antwerpen in 2014 en was helemaal uitverkocht, met tweehonderd mensen die buiten stonden omdat ze niet meer binnengeraakten. Die show bestond uit acht dansers, live muziek van Rina en haar band en ook nog een schilder op het podium. Dat was mijn eerste WANP en persoonlijk ook mijn beste voorstelling tot nu toe. Na die voorstelling ben ik er vier jaar lang mee gestopt, omdat het gewoon zo zwaar was. Er zit heel veel emotie in en het is te persoonlijk. Ook worden er verschillende verhalen verteld, wat het een heel complexe show maakt.

Ik had dus al jaren niets meer gedaan met WANP en plots vroegen ze bij Zinnema, het open talenthuis in Brussel waar ik al twee jaar voor werk, of ik niet nog eens WANP wil brengen. Zinnema werd namelijk helemaal gerenoveerd en voor de heropening wilden ze mijn voorstelling geven. Ik heb toen meteen nee gezegd omdat het stuk te speciaal, te moeilijk en te persoonlijk is. Een aantal dagen later kreeg ik weer dezelfde vraag maar nog altijd zei ik nee. Ze bleven aandringen en mijn beste vriend Ish (Ait Hamou) zei ook: ‘Je moet niet exact hetzelfde doen als je eerste show, maar ik zou WANP niet gewoon weggooien.’ Met al die verschillende invloeden ben ik er dan toch voor gegaan, maar ik had maar een maand om alles in orde te krijgen. Ik had op dat moment geen muziek, geen dansers en geen verhaal. Het was dus best spannend.

Uiteindelijk was de voorstelling tijdens de heropening een succes en mensen waren enthousiast. Toen wist ik dat WANP groter is dan ikzelf en dat ik ermee moet doorgaan.

Hieronder een kort fragment van de nieuwste voorstelling:

In de voorstelling worden de verhalen van de verschillende dansers verteld en onderwerpen als diversiteit en ongelijkheid komen aan bod. Vind je dat dans altijd een boodschap moet hebben?

Nee, helemaal niet zelfs. Dansen is gewoon een manier als elk andere om je te uiten. Als je niet wil dansen, dan praat je. Wil je niet praten, dan ween je. Of lach je. Dansen moet nooit te ernstig worden. Dansers moeten niet denken: oh wij zijn dansers en echte artiesten. Als het te bedachtzaam wordt, dan is de essentie waarom je bent beginnen dansen helemaal weg.

Tekst: Indu Gorris en Sarah Van Evercooren; Foto: © Yves Ruth
Fragment WANP: Sarah Van Evercooren