ReportageStoriesTekst

Dierengedragsconsulente Eva Paridaens: ‘Ik ben geen dierenfluisteraar met een toverstokje’

Eva toont een speeltje dat het eetgedrag van honden kan verbeteren. ©Rani De Volder

Ikzelf ben de trotse eigenaar – hondenmama, mijn hond is mijn baby – van een Shih Tzu: Jolie. Hoe vaak ik dagelijks denk: ‘Wat zou Jolie nu voelen?’ of ‘Is ze eigenlijk wel gelukkig bij mij?’, is niet op twee handen te tellen. Die vragen worden hoogstwaarschijnlijk nooit beantwoord. In een poging om mij toch wat in het brein van mijn geliefde huisdier te wurmen, kwam ik terecht bij een dierengedragsconsulente. Eva Paridaens (36) biedt niet enkel begeleiding voor honden, maar ook voor onder andere katten, papegaaien en fretten.

‘We hebben twee logies op bezoek deze week’, begint Eva. De grootste hond van de twee, een bombastische bouvier, die nogal tegenstrijdig de korte naam ‘Flor’ draagt, komt gezellig snuffelen aan de voeten van Eva en mij. Kordaat stuurt ze de bouvier weg, die keurig luistert. Ik kan hier nog iets leren, denk ik bij mezelf.

Verenigd Koninkrijk
Een gedragsconsulente voor dieren worden was voor Eva geen childhood dream. Eva wist pas vrij laat wat haar roeping was. ‘Het is niet het traject dat ik op voorhand had uitgestippeld’, benadrukt Eva. ‘Ik wist dat ik iets met gedrag én met mensen wilde doen. Nadien voegde ik daar nog ‘dieren’ aan toe. Ik deed eerst een master klinische psychologie. Nadien studeerde ik verder in het Verenigd Koninkrijk, aan de Universiteit van Southampton.’ De richting die ze volgde heette: ‘Companion Animal Behaviour Counselling’. Engeland werd Eva’s toevlucht aangezien er tien jaar geleden nog geen degelijke opleiding in België bestond die kon leiden tot een job als gedragsconsulente.

‘Ik wist dat ik die psychologie goed ging kunnen gebruiken’, verduidelijkt Eva. ‘Je moet heel erg bezig zijn met het gedrag van de baasjes, binnen mijn job. Het is mijn taak om hen te motiveren om iets te ondernemen bij een probleem en hen zo iets bij te brengen.’ Niet iedereen werkt zo graag met mensen. ‘Ik heb collega’s gehad die er de brui aan gaven omdat ze juist met mensen werken niet fijn vinden. Zij raken dan gefrustreerd omdat mensen simpelweg niet doen wat hen gevraagd wordt. Ik vind het verfrissend dat mijn collega’s dat durven onthullen.’

Het is perfect mogelijk dat er geen oplossing is voor je dier, zo gaat dat soms ook bij een psycholoog en zijn cliënt

Scherpe kantjes
Wat houdt jouw job juist in? Wat doet een dierengedragsconsulente of mag ik zeggen dierenfluisteraar? ‘Dierenfluisteraar horen wij eigenlijk niet graag, dat heeft een vrij negatieve connotatie’, maakt Eva duidelijk. ‘Het lijkt dan alsof wij jouw dier maar iets toefluisteren. Net alsof ik een toverstok heb, al zou ik die bij sommige gevallen wel graag hebben.’

Het is volgens Eva perfect mogelijk dat er geen oplossing is voor het probleemgedrag van je dier, net zoals dat bij een psycholoog en zijn cliënt vaak het geval is. ‘Ik ga geen resultaatsverbintenis aan, wél een inspanningsverbintenis. Dat staat ook in onze deontologische code. Je mag nooit beloven dat je iets gaat oplossen.’ Dat kan je ook niet doen, er spelen te veel factoren mee, beweert Eva. ‘Een hond die bang is van andere mensen wanneer je er mee op straat komt, kan verschillende betekenissen hebben. Die hond kan mishandeld zijn in het verleden, de geschiedenis van het dier speelt dus mee. Maar ook genetica is belangrijk. Je hebt honden die angstiger zijn van natura dan andere. Ook zijn sommige honden onzekerder. Ik kan met het baasje en het huisdier daaraan werken, ik zorg ervoor dat de scherpe kantjes eraf zijn. Maar ik zeg nooit: ‘Dat gaan we fixen!’. Ik zeg: ‘Dat gaan we proberen op te lossen!’.

Het gedrag lezen van een papegaai is niet moeilijker dan dat van een hond

Game-plan
Dat ‘proberen oplossen’ is een heel proces. ‘Je hebt mensen die meteen advies vragen, wanneer ze iets opmerken. Maar je hebt ook mensen die wachten tot het dier in kwestie heeft gebeten of ze iets hebben van: ‘Nu kan het echt niet meer!’. We vragen dat ook altijd bij aanvang: ‘Waarom kom je net nu met die klacht?’. Mensen melden hun huisdier dus aan met een bepaald probleem. Ze vullen een vragenlijst in en dan kom ik aan huis. Ik wil het gedrag met mijn eigen ogen zien. Ik geloof dat hoe beter je de dieren kent, des te makkelijker het wordt om een dier te lezen. Een papegaai is niet moeilijker dan een hond. Als je het gedrag kan lezen, kan je het lezen.’

‘Soms vergeten mensen dingen te vertellen die uiteindelijk belangrijk blijken te zijn. Het is op zo’n moment dat ik een dier iets zie doen waarvoor de baasjes geen consultatie hebben gevraagd. Op dat moment vraag je hen dan: ‘Doet je dier dat vaker?’. Die vraag kunnen ze vaak niet beantwoorden. De baasjes zijn het gewoon of ze hebben er geen last meer van, maar zoiets kan problematisch zijn.’ Eva wil een duidelijk zicht krijgen op de klacht en een game-plan opstellen. ‘Ik bekijk videomateriaal of observeer het dier rechtstreeks.’ Eva zet ook heel erg in op educatie. ‘De baasjes gaan het meeste werk moeten doen. Zij moeten dan ook weten waarom het dier doet wat het doet en het begrijpen. Ik ben ervan overtuigd dat als ze zelf meer kennis hebben, ze gemotiveerder zijn en het plan beter uitvoeren. Dan weten ze ook wanneer er iets niet goed loopt en dan kunnen ze vervolgens tot goede oplossingen komen.’

‘Sommige snelle adviezen leiden tot ergere situaties. Als gedragsconsulent moet je altijd kijken wat onderliggend aan het gedrag is. Dat is essentieel.’ ©Toon Wuyts

Voor specifieke gevallen heeft Eva een lessenpakket opgesteld. ‘Honden die uitvallen aan de lijn, een vaak voorkomende klacht, hebben vaak hetzelfde proces nodig. Die klacht heb je niet bij andere dieren, je gaat natuurlijk niet met je kat of vogel wandelen. Normaal gezien toch. Zoiets los je niet op met een simpel huisbezoek, hier is een andere formule vereist.’

Dieren die nooit rust vinden, dat zijn de zware cases

De foute aanpak kan verbetering in het gedrag van je huisdieren ook dwarsbomen. ‘Er werken veel mensen nog op de oude en vaak harde manier’, zegt Eva. ‘Zij geloven nog altijd dat je ongewenst gedrag moet bestraffen. Als je hond te snel eet, moet je het afpakken. Dat is de foute manier. Zo raakt je dier mogelijk nog meer gestresseerd. Zoiets heet bronbewaking. Daarmee wil ik maar zeggen dat sommige snelle adviezen leiden tot ergere situaties. Als gedragsconsulent moet je altijd kijken wat onderliggend aan het gedrag is. Dat is essentieel.’

Geloof verliezen
Eva maakt niet zozeer grappige of gekke dingen mee binnen haar job, zij ervaart die vooral als ernstig. ‘Dieren die nooit rust vinden, die van het minste geluid in paniek raken of die bijten. Dat zijn de zware cases. Dan rij je naar huis en denk je: ‘Amai’.’ Desondanks is het volgens Eva vooral een leuk beroep met veel voldoening. ‘Het is enorm fijn dat ik zoveel eigenaren en dieren mag ontmoeten en ze samen op pad zet om beter te kunnen samenleven.’ Dierengedragsconsulente is een vrij ongekend beroep, maar het wint aan populariteit. ‘Het raakt meer en meer bekend, er is meer interesse en vraag vanuit het publiek naar een behandeling’, zegt Eva opgetogen.

Aangezien het beroep in the rise zit, komt er wel een nieuw probleem bij kijken: iedereen kan het doen. ‘Het is geen beschermd beroep’, bevestigt Eva. ‘Als je denkt: ‘Dat lijkt mij wel iets, gedragsconsulente voor dieren worden’, kan je daar ook mee doorgaan. Je creëert een site, je maakt wat reclame en je bent vertrokken. Er zijn dus momenteel veel mensen die het doen, zonder opleiding weliswaar. Het is niet gereguleerd. Ik vind zeker niet dat studies noodzakelijk zijn, maar voldoende kennis is dat wel. Ik kom soms mensen tegen die al ergens geweest zijn en bij die persoon het geloof in het beroep verloren. Dat betreur ik.’

Tekst: Rani De Volder, foto ©Rani De Volder en Toon Wuyts