InterviewStoriesTekst

Foorreiziger Bram (22): ‘Ik kan me geen beter leven inbeelden dan het kermisleven’

Bram (links) en Stijn (rechts): ‘We delen een caravan, dat is geen cadeau hoor!’ © Nona Heremans

De gebroeders Bram (22) en Stijn (19) zijn geboren in Gent maar opgegroeid tussen de draaimolens en schietkramen over heel België. De familie Lampaert baat al vier generaties lang kermismolens uit. Ze bezitten drie funhouses, beter bekend als spookhuis, waarmee ze wekelijks op een andere kermis staan.

‘Je moet als kind veel sneller zelfstandig zijn en je kindertijd gaat daardoor voor een deel verloren’, vertelt Bram. ‘Al zolang ik mij kan herinneren, lag er bij het thuiskomen van school een briefje waarop stond wat er in de frigo voor ons lag. Soms kookten we zelf maar dat waren dan wel simpele dingen. Dat klinkt voor vele waarschijnlijk bizar maar wij kennen niets anders, voor ons was het een gewoonte.’

Karavaan vs. caravan

‘Ik kan me herinneren dat we met de lagere school een uitstapje maakten naar Bobbejaanland. Mijn klasgenoten dachten dat we 400 kilometer verder waren. En ik dacht: als je nu linksafslaat en die baan volgt onder de brug dan kom je op het plein uit’, vertelt Stijn.

Er zijn drie verschillende soorten kermissen volgens de broers. ‘De eerste soort zijn de kleine kermissen. Daar blijven de molens enkele dagen staan in een dorp of gemeente. De tweede categorie kermissen zijn die in de grote steden waar de hele kermis zo’n zes weken verblijft’, legt Stijn uit. ‘De derde soort is een combinatie van beide. Dan slaat de kermis zich uit in grotere steden maar blijft slechts enkele dagen staan.’ Die laatste soort zijn de kermissen waar je de familie Lampaert en hun caravans kunnen terugvinden. Net als klassieke nomaden trekken zij van de ene slaapplaats naar de andere. En ookal begeleiden ze geen kudde van wei tot wei, hun funhouses en zijzelf hebben elke hoek van het uitgestrekte België al bezocht.

‘Met de andere kinderen van de kermis mochten we gratis op alle attracties’

De broers hopen ooit hun eigen karavaan/caravan uit te breiden met kinderen die hun familiebedrijf zullen overnemen. ‘Je bouwt samen met de familie iets groot op en dan zou het spijtig zijn moest dat verloren gaan’, vertelt Stijn. ‘Mama wou altijd nog een dochter omdat zij nu alleen is als ze de attracties kuist ondertussen dat wij ze afbreken. Ze zegt vaak dat we een lief moeten zoeken die goed kan kuisen zodat ze niet meer alleen is.’ (lacht)

Oase van rust

Er zijn in Vlaanderen vijf erkende scholen en internaten voor kinderen van foorkramers en zeelieden. Officieel heten die: ‘tehuizen voor kinderen van ouders zonder vaste verblijfplaats.’ Zelfs tijdens het weekend kunnen de kinderen in deze speciale internaten verblijven. ‘Op de grote kermissen bestaan ook mobiele scholen voor de kinderen van de kermismedewerkers maar wij gingen naar een gewone buurtschool in Oudenaarde. Onze weekends brachten we vooral door met andere kinderen die op de kermis woonden’, aldus Stijn. ‘We gingen samen op alle attracties en moesten nooit betalen, dat was fantastisch!’

In Vilvoorde kan je bij Castor, Centrum Leren en Werken, een opleiding kermis(mede)werker volgen. Daar worden alle knepen van het vak aldoende geleerd. Van lassen, tekeningen schilderen en verlichting installeren tot huishoudelijke taken zoals gezonde maaltijden klaarmaken en budgetbeheer leer je er gedurende twee dagen per week.

Bijna alles aan de attractie is door de familie zelf gemaakt. © Nona Heremans

Beide jongens helpen al jaren lang hun ouders in het bedrijf. Het was voor hen dan ook logisch om de familietraditie verder te zetten. ‘Ik heb er nooit aan gedacht om verder te studeren’, vertelt Stijn. ‘School zei mij niets, ik was te veel bezig met de kermis. Vanaf mijn 15de volgde ik deeltijds onderwijs zodat ik de rest van de week mijn ouders kon helpen. Je moet me niet vragen om met een computer te werken maar ik kan wel veel dingen die andere 19-jarige jongens niet zullen kunnen zoals de elektronica en verlichting installeren.’

Ook Bram is na het middelbaar mee in het bedrijf gestapt. ‘Ik studeerde lassen in het middelbaar. Dat kwam goed van pas aangezien ik bijna de volledige attractie zelf in mekaar heb kunnen steken. Ik weet niet wat ik zou doen als ik niet op de kermis werken. Ik kan mij gewoon geen beter leven inbeelden dan het kermisleven.’

‘Als je een sociaal leven wil dan moet je niet op de kermis werken’

Het Fata Morgana effect

Maar lang niet alles is even plezant aan de nomadische levensstijl. Volgens de broer is het moeilijkste aan het kermisleven het sociale aspect. ‘We zijn heel het jaar door aan het werken. Als je een vrije dag of een sociaal leven wil, dan moet je zeker niet op de kermis werken’, zegt Bram. De hele familie neemt wel de tijd om jaarlijks een week te gaan skiën en drie weken naar Tenerife te gaan. ‘In het totaal staan we ongeveer drie maanden niet op de kermis maar dan zijn we nog steeds bezig aan herstellings- en onderhoudswerken aan de molens.’

‘In Oudenaarde heb ik eigenlijk geen vrienden. Met de klasgenoten kon ik niet echt een band opbouwen aangezien we altijd weg waren’, geeft Stijn toe. ‘Mijn beste vrienden zijn mijn collega’s, de andere foorreizigers die ik bijna elke week zie’, vertelt Bram. ‘Ik heb wel nog enkele schoolvrienden, daar ga ik af en toe eens mee uit. De band is wel volledig anders. Het samen-staan-we-sterkgevoel leeft heel hard tussen de collega’s.’

‘In Vlaanderen zijn er meer dan 4.000 foorreizigers, toch kom je heel vaak dezelfde mensen tegen’, zegt Stijn. Hij is sinds enkele weken samen met zijn vriendin die ook op de kermis werkt. ‘Onze mama’s waren op hetzelfde moment zwanger en ik ken haar dus al van bij de geboorte.’ Stijn geeft aan dat een relatie als foorreiziger moeilijk blijft: ‘We zitten soms 200 kilometer van mekaar en weten niet wanneer we mekaar terug zullen zien. Gelukkig begrijpt ze hoe het kermisleven in mekaar zit aangezien haar familie ook een groot bedrijf heeft.’

Digitale nomaden

Volgens Bram zullen kermissen altijd blijven bestaan maar zullen die wel moderniseren. ‘Als we zien hoe kermissen de laatste 100 jaar zijn veranderd dan denk ik dat die er binnen nog eens 100 jaar heel anders zullen uitzien. De kleine zelfstandigen zullen er volgens mij wel van tussen vallen aangezien de kosten van investeringen aan de attracties vaak hoog oplopen.’

‘De show en het mysterie die vroeger rond kermissen en circussen hingen is voor een groot deel verloren gegaan door de opkomst van Facebook en sociale media’, zegt Stijn. ‘Licht en geluid werden toen gebruikt om een echte act te brengen zoals een man die uit een kooi kon ontsnappen. Nu kan je dat bijna niet meer doen omdat de bezoekers het simpelweg niet meer geloven door alles wat ze zien op Facebook. Dat vind ik het spijtigste aan de modernisering van de kermissen.’

Tekst en foto’s: © Nona Heremans