ReportageStoriesTekst

Ines Van keer: ‘Verrassend genoeg is er weinig verschil tussen lesgeven aan kinderen mét en zónder beperking’

Bij Gedans in Mechelen vieren de kinderen en lesgeefsters feest ©Sarah Van Evercooren

De meeste jongeren proberen tijdens hun kinderjaren zo veel mogelijk verschillende hobby’s uit. Dinsdag naar de turnles, donderdag tekenles en in het weekend naar de voetbal. Voor kinderen met een beperking is dit niet zo vanzelfsprekend. Ines Van keer (27) is coördinator van Gedans, een dansgroep in Mechelen voor jongeren met een beperking: ‘Er is niet genoeg keuzeaanbod voor deze jongeren en tijdens gewone lessen kunnen ze niet altijd mee volgen.’

Ik ren zondag ochtend met mijn winterjas dichtgeknepen door het grijze weer naar De Nekker in Mechelen. Eenmaal binnen vind ik de polyvalente zaal waar ik, in tegenstelling met het grauwe weer van buiten, warm word verwelkomd door Ines Van keer. Ze startte samen met een aantal andere leidinggevenden vijf jaar geleden Gedans op, omdat ze zelf vonden dat er te weinig opties waren binnen vrijetijdsbesteding voor jongeren met een beperking: ‘Voordat wij hier in Mechelen begonnen, was er niet echt een dansgroep voor jongeren met een beperking. Nu is er binnen een aantal sporten wel een groep voor deze jongeren te vinden, maar dat zijn er nog altijd veel te weinig. De ouders en kinderen hebben weinig keuzevrijheid. Mocht het in één groep niet goed gaan, moeten de kinderen al van sport veranderen om toch nog een hobby te kunnen doen.’

De andere vijf leidingsgeefsters komen één voor één de zaal binnen en begroeten elkaar vrolijk. Ze beginnen ballonnen te blazen en slingers op te hangen, waardoor de simpele danszaal er kleurrijk uit begint te zien. Ines: ‘Om ons vijfjarig jubileum te vieren, gaan we vandaag met de kinderen een filmpje opnemen. Dus daarom versieren we de zaal een beetje. Dit filmpje gaan we gebruiken om tijdens ons jaarlijks turnfeest te tonen aan de ouders. Onze les zal niet zoals gewoonlijk verlopen, dus we zullen zien hoe het met de kinderen zal gaan.’ In de dansgroep zitten op dit moment alleen jongeren met een mentale beperking of kinderen die op het autismespectrum zitten. Daarom is het belangrijk dat de lessen een bepaalde vaste structuur hebben, zodat de kinderen niet overstuur geraken.

‘Kinderen op het autismespectrum hebben nood aan structuur. Daarom verlopen onze lessen bijna altijd op dezelfde manier’

De kinderen druppelen de zaal binnen en begroeten vrolijk de leidingsgeefsters. De ene is wat luider dan de andere, maar ze kijken allemaal enthousiast uit naar de les. ‘Wanneer gaan we beginnen juf? Gaan we al beginnen?’, vraagt een meisje enthousiast. ‘We moeten eerst wachten tot iedereen er is’, antwoordt Ines. Als elk kindje aan de spiegels klaar zit, begint de les. We vormen met z’n allen een grote kring en beginnen aan de opwarming. ‘Wat gaan we eerst opwarmen?’, vraagt Ines enthousiast. ‘De teentjes!’ , roept een kindje terug. En dus beginnen we allemaal onze teentjes te kietelen en wakker te schudden. Het volgende zijn de handen, en weer schudt iedereen blij mee, ook de leidingsgeefsters.

De opwarming wordt leuk dankzij de extra voorwerpen, zoals deze kleurrijke sjaaltjes ©Sarah Van Evercooren

Oei, verandering

Eenmaal opgewarmd bekijken we het pictobord om te weten wat er op de planning staat vandaag. Op het pictobord worden verschillende pictogrammen geplakt voor de activiteiten van de les, zoals de opwarming, het dansen en de afsluiter. Ook heeft elke lesgeefster een eigen foto, zodat de kinderen kunnen overlopen wie er vandaag aanwezig is. ‘De juf heeft een nieuwe foto!’ , zegt een kindje verward. ‘Waarom hangt er hier een nieuwe foto, waar is de oude?’ De leiding legt haar uit dat de vorige foto al oud was en die nu vervangen is door een nieuwe. Het meisje herhaalt nog een paar keer met verwarring dat de foto is veranderd. Ines: ‘Sommige kinderen staan wat verder op het autismespectrum dan anderen. Die hebben dan ook de meeste problemen met plotse veranderingen. Toch zijn dit maar een paar kinderen in onze groep en lukt het hen vaak om zich aan te passen nadat je uitlegt wat er precies veranderd is.’

De lesgeefsters waren verbaasd van hoe weinig verschil er eigenlijk is tussen lesgeven aan kinderen met een beperking en zonder. ‘De enige dingen waar we op moeten letten zijn structuur, individuele aandacht en contact met de ouders. De structuur van de les regelen we door ons pictobord en zelfs als we hier soms van af moeten wijken, is dit geen groot probleem voor de kinderen. Individuele aandacht geven aan de kinderen vinden we ook belangrijk, omdat we soms zien dat een kindje zich minder goed voelt of nood heeft aan een babbel. In onze groep kan dat omdat we ook met zes lesgeefsters zijn en een groep van ongeveer vijftien kinderen hebben. Ik denk dat die individuele aandacht in gewone dansgroepen wat verloren gaat. Ook doen we veel nabesprekingen onder de leidinggevenden maar ook met de ouders.’

‘Bij een gewone dansschool wordt het niveau verhoogd met de leeftijd. Mijn dochter kon niet meer mee volgen en moest stoppen, zelfs al deed ze het zo graag’

Ik merk dat er op het bord nog een extra pictogram hangt bij de lesgeefsters. De blije smiley op het bord ben ik blijkbaar en ik word ter plekke van journalist in opleiding naar stagiaire omgedoopt. ‘Wat is jouw naam stagiaire?’, vraagt een kindje beleefd. ‘Ik ben Sarah.’ De kinderen herhalen mijn naam, maar voor de rest wordt er niet veel op mij gelet. Ik had schrik dat ik als nieuwe persoon voor afleiding zou zorgen maar ik hoor al snel bij de groep. Na de lesgeefsters te overlopen, kijken we welke kinderen aanwezig zijn en worden ze in twee groepen opgesplitst: de jongsten en de oudsten. De jongsten zijn tussen de zes en twaalf jaar oud, de oudsten zijn tussen de twaalf en zestien jaar oud. Mama Nadia Vermeulen vindt dit een goede aanpak: ‘Ik vind het goed dat er twee groepen zijn. De moeilijkheid van de dansjes is ook wat verschillend.’ Andere moeders zijn het hier mee eens: ‘Zelfs al is hier een onderscheid in leeftijd, kunnen de kinderen nog altijd allemaal mee volgen. Mijn dochter kon toen ze klein was bij een gewone dansschool les volgen maar na een tijd moest ze door haar leeftijd naar een hoger niveau gaan. Ze kon daar niet meer volgen en is toen moeten stoppen, al deed ze het graag. Hier kan ze tenminste wel gewoon mee dansen.’

In deze les maken de kinderen een filmpje om tijdens het turnfeest aan hun ouders te tonen ©Sarah Van Evercooren

Ballonvrees

Na het verloop van de les te bekijken, beginnen we uiteraard te dansen. Even later haalt Ines haar camera boven om het promofilmpje te maken en legt ze stap voor stap uit wat de kinderen moeten doen. Veel kinderen doen enthousiast mee, maar sommigen hebben wat moeite met hun aandacht erbij te houden en vinden de plotse verandering in lesstructuur niet leuk. Wanneer een jongen voor de zoveelste keer uit de groep wandelt en bij zijn waterflesje gaat staan, gaat een leidingsgeefster hem kalm achterna. De andere kinderen moeten voor het filmpje ronddansen en onder anderen met ballonnen spelen. Een meisje geraakt overstuur en gaat met een leidster kort naar buiten. Wanneer ik daarna vraag of alles goed is, blijkt dat ze schrik heeft van de ballonnen. Ines: ‘Ze moet haar angst niet opkroppen maar moet leren dat als er iets is, ze dat meteen tegen ons moet komen zeggen. Dat kinderen tijdens de les hun aandacht er soms niet kunnen bijhouden, gebeurt wel vaker. Maar daar kunnen we mee omgaan.’ Het meisje had zich even rustig aan de kant gezet, maar overwint uiteindelijk haar angst voor ontploffende ballonnen, omdat ze toch wil mee dansen met de rest.

Dan volgt er een korte pauze, zodat de kinderen iets kunnen drinken en even tot rust kunnen komen. Het filmen is voorbij en de zaal wordt dankzij de kinderen weer mooi opgeruimd. Wanneer iedereen rustig neerzit, hoor ik de leidingsgeefsters praten over wat een vooruitgang een meisje in de groep heeft gemaakt doorheen het jaar. Ines: ‘In het begin van het jaar zei ze amper een woord en nu is ze enorm spraakzaam geworden. Dat komt natuurlijk door haarzelf en haar eigen ontwikkeling, maar ik denk dat ze ook van deze lessen geniet. Die eerste lessen in september zijn altijd het meest chaotisch omdat de kinderen ons lessensysteem nog niet gewend zijn. Ook vragen we aan de ouders om weg te gaan tijdens de les, zodat er geen afleiding is voor de kinderen. De meeste ouders zitten op de verdieping hierboven in de cafetaria. Zo weten ze dat moest er iets gebeuren, we hen snel kunnen bereiken.’

Kinderliedjes en lenigheid

Na de pauze begint het dansen weer. We doen samen de Haka en leren ook een nieuw dansje aan. Na het dansen volgt stretchen. De kinderen doen mee en buigen verschillende kanten op. Met gestrekte benen raken ze hun tenen aan en ik besef hoe niet lenig ik ben ten opzichte van deze twaalfjarigen. De les eindigt met iedereen aan de spiegels, terwijl de lesgeefsters een rustig muziekje opzetten om de kinderen weer tot rust te brengen. Daarna neemt iedereen tevreden afscheid van elkaar en na een uurtje dansles keren de kinderen terug naar hun ouders.

Verschillende mama’s zijn heel blij met deze dansles voor hun kinderen. Nadia Vermeulen: ‘Tijdens de week heb je soms de energie niet meer om de kinderen na school nog weg te brengen naar hun hobby’s, dus we zijn heel blij dat deze les op zondag is. Ook zien we dat de kinderen dingen uit de les meenemen naar huis. Dan oefenen ze de pasjes nog eens. Het dansen is ook goed voor hun coördinatie, waar ze soms wat moeite mee hebben.’ Iets wat volgens de mama’s wel nog moet veranderen is, zoals Ines ook al zei, het keuzeaanbod. ‘Er zijn echt veel te weinig opties voor jongeren met een beperking. Ook doet de gemeente te weinig om dit te promoten. Wij hebben deze groep gevonden door andere mama’s die er positief over spraken of door een flyer die via school werd uitgedeeld. Maar er moet echt nog veel veranderen op vlak van aanbod en het promoten van de mogelijke g-sporten.’

Tekst: Sarah Van Evercooren, foto’s: ©Sarah Van Evercooren