Supermarktketens hebben een groot overschot aan voedingswaren en gaan bijzonder creatief met dit overschot om. Van biobrandstof tot voedselbanken: alle wegen leiden naar recyclage.

‘Het grootste aandeel van voedselverspilling zit bij de eindconsument’, aldus Isabelle Colbrandt, woordvoerder van Lidl. ‘Net om deze reden garanderen we zeker twee dagen versheid bij de klant thuis.’ De Lidl supermarkten zetten deze theorie om in de praktijk door snelverkoop. Zo zal een versproduct al twee dagen voor de vervaldatum aan -30% geprijsd staan in de winkels.

 

‘Snelverkoop motiveert de consument om een product toch te kopen’

 

Snelverkoop is al langer bekend bij verschillende supermarkten want buiten Lidl maken ook Colruyt Group en Carrefour gebruik van een korting voor producten die hun houdbaarheidsdatum naderen. ‘Bij Carrefour duiden we deze producten aan met een gele sticker’, zegt Baptiste van Outryve, woordvoerder van Carrefour. ‘Deze producten krijgen een korting waardoor we de consument motiveren om toch nog voor dit product te kiezen. Ze zijn trouwens nog perfect consumeerbaar.’

Tenminste houdbaar tot vs. Te gebruiken tot

Zoals Isabelle Colbrandt (Lidl) al zei, verspillen de klanten thuis ook veel. Colruyt Group treedt haar bij. Zo wil de supermarktketen in eerste instantie de klant duidelijk maken dat er wel degelijk een verschil is tussen de termen ‘tenminste houdbaar tot’ en ‘te gebruiken tot’. Deze termen lees je voor de vervaldatum van een product.

Zo hoeft yoghurt niet in de vuilnisbak op 10 april als er ‘ten minste houdbaar tot’ voorstaat. Als je dit product in de koelkast bewaard, is het nog een aantal dagen langer eetbaar. Als wij deze twee termen beter begrijpen en hiermee rekening houden, zal er zeker en vast minder voedsel in de vuilnisbak terechtkomen.

 

‘In 2018 schonk Colruyt Group 3000 ton onverkochte producten aan sociale organisaties’

 

Sociale initiatieven

‘Door nieuwe technologieën te gebruiken kunnen we beter inschatten wat de wensen van de consument zijn’, legt Baptiste van Outryve (Carrefour) uit. ‘Dit leidt tot een beter stockbeheer. Ondanks de snelverkoop van producten en een beter stockbeheer is er nog altijd voeding dat de winkel niet op tijd kan verlaten. In deze gevallen schenken we al meer dan vijftien jaar lang eten aan de voedselbank en aan andere sociale instellingen.’

Om ervoor te zorgen dat zo veel mogelijk producten de supermarkten van Carrefour verlaten, maakt het grootwarenhuis gebruik van de schenkingsbeurs. ‘Dit online platform zorgt ervoor dat sociale organisaties toegang hebben tot onze onverkochte producten.’

Ook Lidl en Colruyt Group werken samen met voedselbanken. In 2018 kon Colruyt Group meer dan 3000 ton onverkochte, maar nog eetbare voeding, aan sociale organisaties schenken. Dit eten werd zo verdeeld onder mensen die het moeilijker hebben om verse producten te kopen. Deze voedingswaren gaan van sociale restaurants tot opvangtehuizen.

Colruyt Group zorgt er bovendien voor dat er alleen nog producten in de rekken liggen die nog minstens vier dagen houdbaar zijn. Door deze maatregel heeft de voedselbank nog voldoende tijd om alle producten voor de vervaldatum te verdelen. Door deze aanpak krijgt de voedselbank meer verse producten binnen zoals groenten en fruit.

 

‘De productie van biobrandstof zorgt ervoor dat er geen voedsel richting de verbrandingsoven gaat’

 

Biobrandstof

Isabelle Colbrandt legt uit dat in laatste instantie onverkoopbare producten van Lidl in de biobox gaan. ‘Producten zoals geplette tomaten dienen dan om biogas van te maken.’

‘Ook Carrefour laat zijn producten ophalen door specialisten om er biobrandstof van te maken’, aldus Baptiste van Outryve. ‘Initiatieven zoals de snelverkoop met korting en het schenken aan voedselbanken moet ervoor zorgen dat alle producten de winkel tijdig verlaten.’

Toch is dit niet altijd mogelijk. ‘Dan krijgen de onverkochte producten een tweede leven door de productie van biobrandstof of andere producten. Zo gaat er uiteindelijk geen voedsel richting de verbrandingsoven of de vuilnisbelt.’

Tekst en foto: © Chloé Stouten