ReportageStoriesTekst

Sarah (17) woont sinds een jaar in een trainingscentrum voor kamerbewoning: ‘Mensen vergeten dat wij geen gewone tieners zijn’

Sarah woont sinds een jaar in een trainingscentrum voor kamerbegeleiding. ©Lien Van Dyck

Het aantal jongeren dat kiest voor begeleid zelfstandig wonen of een trainingscentrum voor kamerbewoning neemt toe, dat bevestigt Peter jan Bogaert, woordvoerder van het Vlaamse Agentschap Jongerenwelzijn. Diensten voor begeleid zelfstandig wonen of kamerbewoning begeleiden jongeren die apart wonen, bijvoorbeeld als het thuis echt niet meer gaat. Ook Sarah (17) is een van die jongeren. Na jaren wisselen tussen verschillende pleeggezinnen en instellingen woont ze nu al meer dan een jaar met zeven andere meisjes in een huis regio Mechelen.

Net zoals de vele andere jongeren die zich in deze situatie bevinden, botst Sarah op vooroordelen. Iedereen heeft een duidelijke mening als het gaat om uit huis geplaatste jongeren, maar niemand van hen beschikt over de juiste informatie. Toch komt schaamte regelmatig voor bij deze groep jongeren. ‘Sommige meisjes in mijn huis durven schoolgenoten bijvoorbeeld niet vertellen dat ze niet thuis wonen, omdat ze geen zin hebben in al de commentaar dat volgt. Als iemand hen vraagt waar ze wonen, zullen ze meteen thuis antwoorden’, zegt Sarah.

Moeilijke thuissituatie
Sarah maakt deel uit van een groot gezin en is afkomstig uit Vilvoorde. Op jonge leeftijd besloten haar ouders te scheiden, omwille van haar vaders alcoholprobleem. Haar moeder had sindsdien de moeilijke taak om voor al haar kinderen te zorgen. ‘Omdat wij thuis met veel waren, had mijn moeder het niet altijd even gemakkelijk. Op het moment van de scheiding was mijn oudste broer achttien. Hij hielp mee in het huishouden waar nodig, althans hij probeerde. Toch kon je niet veel van hem verwachten, aangezien hij nog maar een tiener was. Na overleg, heeft mijn moeder dan toch besloten om ons allen af te staan en in een pleeggezin of instelling te plaatsen.’ Ondanks alles heeft Sarah nog steeds contact met haar familie en spreekt ze haar moeder nog regelmatig. ‘Ik weet dat ze ontzettend veel respect heeft voor iedereen die haar kinderen heeft verzorgd en ze het heel moeilijk heeft gehad om ons achter te laten. Ze vindt het jammer dat ze haar moedertaak niet heeft kunnen volbrengen. Toch is het goed afgelopen met iedereen, niemand van haar kinderen is in de goot beland.’

‘Een pleeggezin is niets voor mij’

Na meerdere pleeggezinnen en instellingen te hebben bezocht, is Sarah een jaar geleden terechtgekomen in een huis regio Mechelen. ‘Na enkele maanden wachten, kreeg ik te horen dat er regio Mechelen nog een plaats vrij was en zo ben ik hier terechtgekomen.’ Sinds haar vijfde wisselt Sarah tussen verschillende pleeggezinnen en instellingen. ‘Ik geef toe dat een pleeggezin niets voor mij is. Ik heb zelf nog een grote familie rondom mij, waardoor ik mij niet gemakkelijk kan hechten.’

Sarah woont in een trainingscentrum voor kamerbewoning. Hier helpt een begeleider de jongere bij alle praktische zaken: het zoeken naar een woning en een opleiding of werk, inschrijven bij het OCMW of de werkloosheidsdienst, omgaan met geld en structureren van huishoudelijke taken. Ook bij het invullen van de vrije tijd en het onderhouden van contacten met familie en vrienden helpt de begeleider de jongere op weg. Koen Van Welden is hoofdbegeleider in het huis waar Sarah verblijft en is verantwoordelijk over een afdeling en een team. ‘Ik leg verantwoording af aan de directie en zorg dat op vlak van hulpverlening alles goed verloopt’, zegt Koen. Samen met zijn team, begeleidt en ondersteunt hij de meisjes waar nodig. ‘We proberen de jongeren zo positief mogelijk te benaderen door een vertrouwensband met hun aan te gaan. We vertrekken niet vanuit een sanctiebeleid, maar vanuit een dialoog. De eerste weken van hun verblijf leren we hun de basisbeginselen van het huishouden zoals: koken, wassen, kamer opkuisen. Hoe langer ze hier zitten, hoe meer verantwoordelijkheid we ze geven om hun leven zelf in handen te nemen.’

Een trainingscentrum voor kamerbewoning (TKC) iets anders is als begeleid zelfstandig wonen. In een TCK wordt er verwacht dat er steeds een begeleider aanwezig of bereikbaar is. Begeleid zelfstandig wonen daarentegen wil zeggen dat de jongere in kwestie volledig apart in een studio of appartement woont. ‘Onze huizen zijn rechtstreeks verbonden aan een vzw, dus officieel doen wij niet aan begeleid zelfstandig wonen, maar begeleiden ook jongeren die apart wonen.’

Samen sterker
In het huis van Sarah wonen nog zeven andere meisjes, elk met hun eigen verhaal. ‘Ik vind het hier fijn. Ik woon hier op zelfstandige basis, maar door de aanwezigheid van de begeleiders voel ik mij niet in de steek gelaten. Je krijgt voldoende ondersteuning langs alle kanten en daar ben ik heel blij om’, zegt Sarah. Ook met de andere meisjes klikt het goed. ‘Als ik thuis kom van school, passeer ik altijd langs de gemeenschappelijke zitkamer om even bij te babbelen en te vragen hoe iedereen zijn dag was. We zitten hier allemaal om verschillende redenen, maar met hetzelfde doel en dat verbindt ons.’ Vanaf 18 jaar, krijg je de mogelijk om hier weg te gaan en op jezelf te gaan wonen. Toch zijn er heel wat meisjes die hier langer blijven dan moet. ‘Je wil niet verhuizen en daarna beseffen dat je toch nog niet alles onder knie hebt.’

‘Je moet studeren, boodschappen doen, koken en daarnaast nog eens kuisen’

Ondanks dat Sarah goed wordt begeleid en ze hier zich thuis voelt, geeft ze toe dat het niet altijd even gemakkelijk is. Ze zit momenteel nog in het middelbaar, maar studeert volgend jaar af. Niet veel jongeren in deze situatie studeren volgens schema af, dat komt omdat de combinatie school huishouden niet gemakkelijk is. ‘Je moet studeren, boodschappen doen, koken en daarnaast nog eens kuisen. Een voltijdse opleiding zit er dus voor velen niet in. Vorig jaar, ben ik twee weken niet naar school geweest omdat de druk mij teveel werd. Wat veel mensen vergeten is dat wij geen gewone tieners zijn. Om onze boodschappen te betalen worden wij elk voorzien van een weekbudget. Wanneer er nog wat geld overblijft, kan ik op school eens broodje kopen. Ook krijgen wij een maandloon, waarmee we kleren en andere spullen kunnen kopen.’

Buddy-systeem
Het huis van Sarah werkt met een soort buddy-systeem, waarbij de kwetsbare jongeren gekoppeld worden aan studenten orthopedagogie van de KdG in Antwerpen. Op deze manier bouwen de jongeren aan hun vertrouwen en netwerk. ‘We verwachten van de studenten dat ze een tiental sessies of momenten met onze jongeren doorbrengen. Dat kan gaan van een dagje shoppen tot begeleiding bij het schoolwerk.  Tijdens een verkennend gesprek zullen onze jongeren kennismaken met hun buddy en bespreken ze samen met een begeleider hun volledige traject. Sommige jongeren vinden de sessies zo goed meevallen dat ze ervoor kiezen om op vrijwillige basis verder te gaan met hun buddy’, zegt Koen.

Naast studenten, rekenen Koen en zijn begeleiders ook op vrijwilligers. ‘Geïnteresseerden nemen dan contact op met het secretariaat, waarna ze worden doorverbonden naar mezelf of een collega. Wij trachten dan een gesprek te organiseren met de vrijwilliger en de jongere en volgen hun verder op.’ Naar de toekomst toe willen Koen en zijn team de studenten en vrijwilligers meer begeleiden. ‘De problematiek van die jongeren kan voor sommige 18 tot 19-jarigen zeer ingrijpend zijn, vandaar dat we hun een zekere ondersteuning willen aanbieden.’

Extra woningen
Naast Sarah zijn er nog honderden andere jongeren die in deze situatie zitten. Volgens Peter Jan Bogaert, woordvoerder van Jongerenwelzijn is er lichte toename van het aantal jongvolwassenen dat zelfstandig of in een trainingscentrum voor kamerbewoning woont. ‘Op dit moment vangen wij een 850 jongvolwassenen op. Dat zijn er een honderdtal meer dan in 2015’, zegt Bogaert.

De Vlaamse Jeugdhulp beantwoord deze vraag door de komende twee jaar te investeren in 84 extra wooneenheden voor jongeren tussen 16 en 25 jaar. In die wooneenheden kunnen vier tot zes jongeren samenwonen terwijl een externe hulpverlener hun op maat begeleid. ‘De stijging is er deels gekomen door de uitbreiding van het aantal plaatsen. Naarmate de capaciteit stijgt, neemt het gebruik ook toe. Daarnaast zien we dat de wachttijden zijn gestegen, wat betekent dat de vraag ook is toegenomen. We zitten dus momenteel met een groep jongeren die nog steeds niet de juiste begeleiding krijgt. Vandaar zijn we gestart met de bouw van 84 extra wooneenheden. De bedoeling is dat de jeugdzorg in de toekomst nog meer wordt verstrekt, zodat de wachttijden minderen en meer jongeren een plaatsje krijgen.’

De middelen zijn schaars en de plaatsen beperkt, dus moet de jongere in kwestie aan een aantal criteria voldoen. ‘Op jezelf wonen is niet evident en dat doe je niet zomaar. Vaak gaat daar een heel proces aan vooraf. Om die redenen, zijn we selectief met wie we toelaten. We proberen de gewone situaties zoals ruzies in het huishouden te kalmeren en thuisbegeleiding in te schakelen. Op die manier hoeft de jongere niet weg uit zijn huis. Als alle anderen middelen zijn uitgeput dan kijken we naar een oplossing zoals begeleid zelfstandig wonen.’

Sarah is een schuilnaam mits privacy redenen.

Tekst en foto: Lien Van Dyck