TekstWereld

Stage in een ontwikkelingsland: ‘Er zijn duizenden verhalen te vertellen over Oeganda’

©Eline Vandenbroucke

Hoe is het om stage te lopen in een ontwikkelingsland? Eline Vandenbroucke (24), oudstudente journalistiek, ging naar Oeganda voor een korte zomerstage. Joris Demin (22), student journalistiek, treedt volgend jaar in haar voetstappen.

Eline Vandenbroucke reisde in 2015 af naar Oeganda voor een korte zomerstage. Daar gaf ze les aan de Mountains of the Moon University, gelegen in Fort Portal. ‘Thomas More had in Oeganda een radiostudio gebouwd en toen deze af was vroegen ze of ik daar les wou gaan geven. Dat was een extra stage, want mijn originele stage heb ik bij de VRT gelopen.’

Afrika was geen onbekend terrein voor Eline. ‘Voor Oeganda heb ik nog een tijdje meegewerkt aan een project genaamd Beyond Your World. Hiervoor trok ik rond door Zuid-Afrika’, zegt Eline. ‘Daar maakten we twee weken lang reportages. Daarna werd me gevraagd of ik het zag zitten om naar Oeganda te gaan. Zuid-Afrika was al zo een geweldig land dat ik direct ja heb gezegd.’

Armoede

‘Wij verbleven in een villa met nog enkele andere studenten. Voor Oegandese standaarden was dat een groot huis. We waren daar met twee Vlaamse studenten. Voor ons was het een heel basic huis met een douche, kookvuur en elektriciteit. Op een bepaald moment sloot de elektriciteit af en toen hebben ze dat op een Oegandese manier opgelost’, lacht Eline.

‘Zuid-Afrika was al zo een geweldig land dat ik direct ja heb gezegd.’

Zonder elektriciteit vallen is een normaal iets in Oeganda. In Oeganda leeft ongeveer 37,7 procent van de bevolking onder de armoedegrens. ‘We hadden een bewaker voor ons huis die dertig euro per maand verdiende. Daar kwam hij zelfs niet mee toe. Het is daar allemaal veel goedkoper, maar ze verdienen daar wel heel weinig.’

Busje wassen

Een compleet ander continent betekent ook andere gewoonten. Voor Eline was het soms wel even aanpassen. ‘Het wachten was het moeilijkst. Alles loopt daar veel trager, het maakt bijvoorbeeld niet uit als iemand een uur te laat is. Als het regent dan valt het sociaal leven al helemaal stil, want als je dan naar buiten gaat dan word je nat.’

‘Tijdens mijn eerste les regende het, toen is deze twee uur later begonnen. Maar je moet je daar gewoon aan aanpassen. Op den duur was ik zelf altijd te laat. Dan spreken we niet over vijf minuten, maar een half uur te laat’, vertelt Eline.

‘Tijdens mijn eerste les regende het, toen is deze twee uur later begonnen.’

‘Ik weet nog toen we voor de eerste keer naar de universiteit gingen. Wij kwamen daar toe en ze zeiden ‘we zijn het busje nog aan het wassen’. Dan hebben we daar toch bijna twee uur zitten wachten. In het begin is dat heel frustrerend, maar uiteindelijk is dat wel rustgevend als je weet dat het niet vooruit moet gaan.’

Eline gaf vooral les over radio en presentatietechnieken. ©Eline Vandenbroucke

Uhu

‘Als Oegandezen praten moet je altijd ‘uhu’ zeggen. Ook als je zelf nog aan het praten bent zeggen ze ‘uhu’. Doe je dit niet, dan praten ze niet verder. Ik heb dat zelf eens een keer getest toen ik met iemand aan het praten was. Toen hij opmerkte dat ik dit niet zei, wachtte hij tot ik ‘uhu’ had gezegd en dan praatte hij pas verder.’

‘Kom je iemand tegen, eender waar, moet je altijd ‘how are you’ zeggen. Altijd even vragen hoe het met die persoon gaat. Maar je moet ook niet ineens je levensverhaal gaan vertellen, gewoon antwoorden met ‘I am good, and you?’. Toen ik terug in België was merkte ik dat ik deze gebruiken gewoon had overgenomen.’

‘Als Oegandezen praten moet je altijd ‘uhu’ zeggen. Ook als je zelf nog aan het praten bent zeggen ze ‘uhu’. Doe je dit niet, dan praten ze niet verder.’

Alles duidelijk?

In Oeganda moest Eline lesgeven, iets wat ze nog nooit gedaan had. ‘In het begin had ik het moeilijk met lesgeven. Ik heb wel in de scouts gezeten. Als ik mijn uitleg gaf, zoals ik bij de scouts zou doen en het is niet duidelijk, dan stellen ze twintig vragen door elkaar.  In Oeganda is dat niet zo, daar stellen ze geen vragen. Als ik iets uitlegde, ook al was het ingewikkeld, dan zeiden ze niets.’

‘Als de studenten de opdracht oplosten, was alles natuurlijk verkeerd. Blijkbaar wordt hen aangeleerd om geen vragen te stellen omdat ze met heel veel in de klas zitten. Daardoor gaan ze de opdrachten sneller verkeerd uitvoeren. Daar schrok ik wel even van.’

Schriftjes en boekjes

Naast lesgeven wou Eline ook reportages maken, daar heeft ze uiteindelijk geen tijd voor gehad. Ze ging wel op bezoek bij een lokaal schooltje. ‘Een van de belangrijke mensen op de school waar ik lesgaf, was een priester. Hij had een schooltje voor heel arme kinderen aan de Congolese grens.’

‘Dat is zeker een tip die ik wil meegeven. Als je ooit naar een ontwikkelingsland gaat, neem schriftjes of boekjes mee. Die kinderen zijn daar heel blij mee.’

‘Het was daar prachtig, maar ook confronterend om die kinderen te zien. Want dat waren heel arme kinderen. We hadden enkele boeken meegenomen uit België, schriftjes van Thomas More en een aantal balpennen zodat we iets konden geven.’

‘Dat is zeker een tip die ik wil meegeven. Als je ooit naar een ontwikkelingsland gaat, neem schriftjes of boekjes mee. Die kinderen zijn daar heel blij mee. Ik heb toen ook met die kinderen zitten voetballen en dat vonden ze wel fijn. Je merkt dat spelen met een bal in alle talen hetzelfde is.’

Kinderen van het schooltje aan de Congolese grens. ©Eline Vandenbroucke

Radio is populair

Radio is een populair medium in Oeganda, maar toch merk je duidelijke verschillen in de manier van radio maken. ‘In België werken we veel met quotes op de radio. In Oeganda doen ze dat vele minder. Daar wordt er gewoon een tekst voorgelezen.’

‘Het grootste verschil was het puur radio maken. Ze maken bijvoorbeeld een praatprogramma. Bij ons is een praatprogramma vijf minuutjes babbelen, maar in Oeganda praten ze een halfuur met dezelfde persoon.’

‘De presentatoren praten ook gewoon over de muziek heen. In België doen ze dat ook, maar hier proberen we dat te beperken tot de intro of de outro. Als ze in Oeganda een liedje opzetten en ze willen iets zeggen, dan draaien ze de plaat dicht. Dat is daar een totaal andere manier van radio maken.’

Eline samen met haar studenten op de proclamatie. ©Eline Vandenbroucke

Terugkeren

Voor Eline was het vooral moeilijk om gedag te zeggen aan Afrika en terug te keren naar België. ‘Het was niet zo erg om naar Afrika te gaan, maar eerder moeilijk om me terug aan deze maatschappij aan te passen.’

Mocht ze de kans krijgen om opnieuw af te reizen naar Afrika, dan zou ze die zeker nemen. ‘Als ik daar dan toch ben zou ik een paar dagen lesgeven. In de tussentijd zou ik ook artikels willen schrijven over Oeganda. Want als ik een reportage wilde maken, zou het wel over dat schooltje zijn. Er zijn duizenden verhalen te vertellen over Oeganda, het is gewoon moeilijk om die verhalen in België te krijgen.

Fort Portal ligt in een van de vruchtbaarste gebieden van Oeganda. ©Eline Vandenbroucke

Op Elines blog kan je meer lezen over haar avontuur.

Hello Africa

Joris Demin treedt volgend jaar in Elines voetsporen. Het grote verschil is wel dat Joris zich vooral gaat concentreren op het maken van radio. ‘Ik kijk er heel erg naar uit. Vooral het bezig zijn met radio, maar ook gewoon het leren kennen van het land en de cultuur. Zelf ben ik nog nooit naar Afrika geweest.’

‘Ik probeer me een beetje voor te bereiden op de cultuurshock. Zo heb ik al enkele infoavonden bezocht. Ik zal zeker een shock krijgen, hoe goed ik me ook voorbereid’, zegt Joris

‘Op deze moment weten ze ook niet in hoeverre de radiostudio wordt gebruikt. Er is wel een livestream, maar die kan je niet op elk moment beluisteren. Het gaat zoeken worden op het moment zelf.’

‘De kans om tien weken naar Afrika te gaan krijg je niet altijd, zeker niet in combinatie met je stage.’

Eerste keuze

Joris wou altijd al stage lopen buiten Europa en toen die kans zich aanbood, greep hij die ook. ‘Dat was heel toevallig. Ik had de dag zelf gehoord dat er een infosessie zou zijn over buitenlandse stages. Ik dacht eerst binnen Europa iets te zoeken, maar toen ik hoorde dat er een stageplek was in Oeganda en Suriname veranderde ik van gedacht.’

‘De reden waarom ik zo graag naar Oeganda wou gaan was vooral omdat het een compleet andere cultuur is. Ik wil er vooral van profiteren. De kans om tien weken naar Afrika te gaan krijg je niet altijd, zeker niet in combinatie met je stage.’

Joris trekt in april voor de eerste keer naar Afrika. ©Elisa Wilms

Ter voorbereiding

Samen met een medestudente krijgt Joris de kans om stage te lopen in Oeganda in het radiostation van de Mountains of the Moon University. Vanuit Thomas More organiseren ze meerdere infosessies om de studenten voor te bereiden op een buitenlandse stage.

‘Er zijn infosessies geweest rond buitenlandse stages. Toen ik geselecteerd was om op stage te gaan in Oeganda, hebben we enkele keren samen gezeten met de internationale coördinator Leen van Tolhuysen. Het is gedeeltelijk zelf nog wat uitzoeken, maar je hebt toch al een basis’, vertelt Joris.

‘De delegatie van de Mountains of the Moon University, waar wij naartoe gaan, heeft ook een bezoek gebracht aan onze campus op Thomas More. Ik heb er even mee gepraat en hun ook mee rondgeleid. Ze hebben mij een algemene uitleg gegeven over hoe het daar in elkaar zit en wat de plannen zijn.’

Alle tips welkom

Joris kreeg al meerdere tips van mensen die hem voorgingen. ‘De klassieker is natuurlijk aanpassen aan de Afrikaanse tijd. Daar heerst gewoon een andere mentaliteit. Je moet respect hebben voor die mensen hun manier van leven.’

‘Een andere tip die ik heb gekregen is om niet teveel de toerist uit te hangen. Je moet zo snel mogelijk laten zien dat je het daar helemaal kent en er thuishoort. Anders gaan mensen misbruik van je maken. Niet allemaal natuurlijk, maar je moet daar toch voor opletten.’

‘Ik hoop dat ik een meerwaarde kan zijn voor de personen die achter de radiozender staan. En uiteraard hoop ik ook een betere journalist te worden.’

In Oeganda handelen ze problemen op een andere manier af dan bij ons. ‘Als je daar bijvoorbeeld iets steelt op de markt, dan gaan ze er niet de politie bij halen. Ze gaan dat op hun eigen manier oplossen. Hun eigen oplossing is niet aangenaam.’

‘We moeten ook opletten met eten en drinken. Altijd flesjes water drinken en nooit fruit eten dat al versneden is. Op de markt vraag je best altijd of ze je fruit voor willen snijden. Dan weet je zeker dat het eten in orde is’, vertelt Joris.

‘In Oeganda zijn ze blijkbaar ook heel verlegen. Wat je niet mag doen is iemand kritiek geven, zeker niet in groep. Wat je wel moet doen is het heel positief aanpakken en naar een verbetering toewerken. Doe dat zoveel mogelijk privé, want hoe positief je het ook aanpakt, in groep blijft dat een vernedering. Het zijn vrij introverte mensen.’

Verwachtingen?

‘Ik hoop mij vooral te verrijken als persoon. Ervaring op te doen, zowel ervaring met mensen van andere culturen, als ervaring als journalist. Zien hoe het in andere delen van de wereld is om aan journalistiek te doen. Ik hoop dat ik een meerwaarde kan zijn voor de personen die achter de radiozender staan. En uiteraard hoop ik ook een betere journalist te worden. Ik kijk er alleszins enorm naar uit.’

Tekst: Elisa Wilms, foto’s ©Elisa Wilms en Eline Vandenbroucke