De relatie tussen de Turkse keuken en Vlamingen bestaat vaak nog uit een döner kebab, dürum of een kapsalon te gaan halen na het feesten. De traditionele gerechten? Die zijn ons vaak nog onbekend. Vol spanning om deze te ontdekken, ging ik deze week eten bij een Turkse familie.

Gek op buitenlandse gerechten, maar weet je niet waar je ze kan vinden? Of wil je gewoon eens uit je comfortzone stappen en iets helemaal anders proberen? In Tasty Treasures tovert 21BIS de wereld op jouw bord. Onze reporters gaan op zoek naar de beste internationale keukens samen met mensen die deze als geen ander kennen. Deze week proberen we Turks.

Ik werd door Adem Biler (25) en zijn moeder Neşe uitgenodigd bij hen thuis om te komen proeven van hun cultuur. Zijn familie is afkomstig uit Gaziantep in Turkije en een deel woont daar nog. In Gaziantep is barbecue zeer populair. Ze barbecueën er zelfs met fruit, meestal loquats, een oranje vrucht. Een nogal ongewoon gebruik als je het mij vraagt. Adem beschrijft zichzelf als iemand die graag en zo goed als alles eet. Enkel Türlü, een soort stoofpot, heeft hij niet zo graag. Zijn favoriete gerecht daarentegen, is lever kebab. Dat is hetzelfde als een gewone döner kebab, maar het vlees is lever van een schaap.

Een talrijke opkomst

Bij het binnenkomen ben ik vooral overweldigd. Ik had het ergens wel kunnen verwachten, maar Adem’s hele familie was komen opdagen. Ook zijn oma en opa die permanent in Turkije wonen waren toevallig in ons land. Een komisch tafereel wel, is wanneer zijn opa mij een volledige uitleg over de verschillende soorten Turkse barbecue geeft in het Turks. Niet zo verstaanbaar dus, daarom niet minder sympathiek.

De appel valt niet ver van de boom

Het eerste gerecht dat ik voorgeschoteld krijg is yeşil fasulye, wat letterlijk vertaald kan worden naar sperzieboon, ook wel een prinsessenboon genoemd. Een soepje van bonen, ajuin, rode paprika en tomatenpuree met stukjes rundsvlees. Het valt bij mij in de smaak en doet me denken aan een minestronesoep. Bij de tweede gang zie ik iets herkenbaar op het bord liggen, namelijk sarma. Dit heb ik in ons artikel over de Griekse keuken al eens geproefd, waar het de naam dolmadakia draagt. Het verschil met de Griekse versie is dat er hier paprikapuree onder de rijst zit. Maar nog steeds ben ik niet zo’n fan van het gerecht. Er zijn ook drie soorten dolma (niet te verwarren met dolmadakia), dit is een stuk groente zoals bijvoorbeeld een paprika gevuld met rijst en vlees. Vervolgens staat er nog een potje rode saus op tafel. Wanneer ik hiervan proef, smaakt het eigenlijk alleen maar naar olie. Adem weet me te zeggen dat deze saus het sap van de dolma is, te vergelijken met de jus van vlees dus.

 

Kruiding is key

Iets wat me zeker opvalt na het proberen van de gerechten is dat alles nogal sterk gekruid is, al dan niet een beetje pikant. Adem’s nonkel zegt me dat dit ook effectief een oorsprong kent. Turkije is namelijk een warm land en vroeger moesten ze, om hun vlees goed te kunnen bewaren, het voldoende kruiden. Deze manier van koken is er sindsdien ook gewoon blijven inzitten.

Toch maar gewoon kebab?

Hetgeen wat me vooral is bijgebleven na dit bezoek is de gastvrijheid van de mensen waarbij ik terechtkwam. Iedereen wou me zoveel mogelijk vertellen over de cultuur en ik had geen enkel moment het gevoel dat ik er niet welkom was. Hoewel ik misschien liever een dürum ga eten met mijn vrienden, werd ik aangenaam verrast door de kookkunsten van Adem’s moeder.

 

Foto’s & tekst: Julie Gabriëls