07/10/2019

Murder Monday – De cold case Black Dahlia blijft iedereen beroeren

 ! Waarschuwing: dit artikel bevat grafische beschrijvingen !

 

De moord op Elizabeth Short in 1947, ook wel Black Dahlia genoemd, laat niemand koud. Elizabeths leven is beschreven in boeken en werd verfilmd, maar het verhaal heeft geen duidelijk einde.

 

Op 15 januari 1947 maakte Betty Bersinger samen met haar dochter een wandeling in Los Angeles (VS), toen ze een vrouw aan de kant van de weg zag liggen. Deze vrouw bleek later de 22-jarige Elizabeth Short te zijn, of zoals ze nu beter bekend staat de Black Dahlia.
Elizabeth was zorgvuldig in tweeën gesneden en gedraineerd van al haar bloed. Haar lijk was zo wit dat Betty eerst dacht dat ze een achtergelaten mannequin had gevonden. Elizabeth’s mondhoeken waren opgesneden tot aan haar oren waardoor ze een permanente glimlach op haar gezicht kreeg. De politie denkt dat deze marteling gebeurde terwijl ze nog in leven was. Door de touwmarkeringen op haar polsen, enkels en nek geloven ze ook dat ze meerdere dagen gemarteld werd. De tattoo van een roos die ze op haar been had laten zetten was eraf gesneden en in haar vagina gestopt. Short was niet alleen vermoord, maar ook gemarteld. Hoewel het lichaam zo was toegetakeld, was er geen druppel bloed te bekennen. Elizabeth was duidelijk na haar moord schoongemaakt en verplaatst.

Embed from Getty Images

Voorbedachte rade

De politie van Los Angeles nam de zaak op zich, later zou ook de FBI te hulp schieten. Ze identificeerden Elizabeth Short aan de hand van vingerafdrukken die overeenkwamen met een eerdere zaak in verband met minderjarig drankgebruik. Aan de hand van haar naam en politiefoto’s vond de politie haar vrienden en familie. Elizabeth was naar Hollywood verhuisd in de hoop om een bekende actrice te worden. Haar familie vertelde dat Short al zes dagen vermist was. Dit wijst erop dat ze met voorbedachte rade ontvoerd was en later ook vermoord. De doodsoorzaak was bloeding en shock door een hersenschudding en de snijwonden in het gezicht.

Embed from Getty Images

The Blue Dahlia

Het eerste artikel over de moord verscheen op 17 januari 1947 op de voorpagina van The Herald-Express. De journalist die het schreef, Wayne Sutton, had de politie van Los Angeles geholpen met het vinden van informatie over Elizabeth. Hij bracht ook Elizabeth’s moeder op de hoogte van de moord. In het uiteindelijke artikel gaf Sutton The Black Dahlia als naam aan Elizabeth Short. De naam is een combinatie van de film The Blue Dahlia en het feit dat Short zwart haar had en altijd zwarte kleren droeg. Deze naam zou uiteindelijk voor altijd blijven hangen.

Embed from Getty Images

Brieven aan de politie

De FBI geloofde al snel dat de moordenaar een kennis van Elizabeth was. De manier waarop ze verminkt was en haar lichaam geposeerd was na haar dood wees op een persoonlijke vendetta. Op 23 januari 1947 kreeg The Herald-express een telefoontje van een man. Hij beweerde dat hij de moordenaar was en niet hield van de manier waarop de moord in de krant werd gebracht. Als bewijs zou hij hen een pakket van Elizabeth haar spullen zenden. Op 24 januari 1947 ontvingen ze wel degelijk een pakker, afzender onbekend.  Elizabeths geboortecertificaat, visitekaartje, een paar foto’s en een adresboekje waren allemaal aanwezig. Er zat ook een brief bij de spullen. Niet geschreven, maar opgebouwd uit knipsels van kranten en filmposters. De politie zou in totaal zo’n 13 brieven van de moordenaar ontvangen. Op geen één van deze bewijzen was een vingerafdruk te vinden.

De verdachten

Tijdens het onderzoek werden er enorm veel mensen bevraagd in verband met de moord, zo’n 192 verdachten in totaal. Dit waren vooral mannen die in het adresboekje van Elizabeth stonden en personen met een medische achtergrond omdat die waarschijnlijk nodig was voor de moord. Er zijn drie verdachten die uit het oog springen.

 

Suspect 1: de opdringerige stalker Robert Manley

Robert leerde Elizabeth ongeveer een maand voor de moord kennen. Ze leerden elkaar kennen toen Manley Short ’s avonds een lift gaf. Elizabeth weigerde eerst om met hem mee te gaan, maar na aandringen was ze toch bij Manley in de auto gestapt. Nadien zijn ze op verschillende dates gegaan. Toen Elizabeth uit haar verblijfplaats moest verhuizen, vroeg ze hulp aan Manley. Hij vertelde de politie dat ze samen, platonisch, in een hotel in Pacific Beach verbleven. Nadien bracht Manley haar naar het Baltimore hotel in Los Angeles, op 9 januari. Dit werd ook de laatste plaats waar Elizabeth levend werd gezien.

Manley beweerde altijd dat hij onschuldig was en nam zelfs vrijwillig twee leugendetectortesten af. Op 9 januari 1986 stierf Manley na een fatale val bij hem thuis. Exact 39 jaar na hij Short voor de laatste keer levend zag.

 

Suspect 2: de afgewezen Mark Hansen

Mark Hansen was een nachtclubeigenaar en liet Elizabeth Short een tijdje bij hem thuis verblijven toen ze geen plaats vond om te verblijven in Hollywood. Ann Toth, Mark Hansens vriendin, deelde een kamer met Short.

Hansen werd een verdachte toen de spullen van Short op The Herald-express arriveerde. Hansen zijn naam stond op de voorkant van het adresboekje. Hij vertelde de politie dat het boekje inderdaad van hem was geweest. Hij zei dat hij het niet gebruikte en dus aan Short had gegeven toen ze bij hem thuis verbleef.

Uit onderzoek bleek ook dat Hansen een telefoongesprek had met Elizabeth op 8 januari, een dag voor ze verdween.  De politie interviewde Hansen meerdere maal over deze conversatie en hij bleef zichzelf tegenspreken, wat dit een verdacht telefoongesprek maakte. Het feit dat Hansen een boontje had voor Elizabeth en door haar werd afgewezen hielp ook niet.

Toch werd Mark Hansen nooit gearresteerd. In 1964 stierf hij door een natuurlijke oorzaak.

 

Suspect 3: de akelige George Hodel

George Hodel kwam eerst in opspraak in oktober 1949 wanneer zijn 14-jarige dochter hem beschuldigde van verkrachting. Hij werd in december 1949 vrijgesproken, maar deze beschuldiging zorgde er wel voor dat de Los Angeles politie twee verborgen microfoons plaatsten in zijn huis van 18 februari 1950 tot 27 maart 1950 . De meeste opnames stelden niets voor. Maar één belastende verklaring werd opgenomen:

“Stel dat ik de Black Dahlia vermoord had. Ze zouden het nu toch niet kunnen bewijzen. Ze kunnen niet met mijn secretaresse praten, want ze is dood”

De secretaresse waarover Hodel sprak is Ruth Spaulding. Zij stierf aan een overdosis drugs. Door Hodel zijn eerdere verklaring werd hij onderzocht voor de moord op Spaulding. Hij was aanwezig wanneer ze stierf en verbrandde documenten voor de politie arriveerde. De zaak werd stopgezet omdat er niet genoeg bewijsmateriaal was. Er werden later wel documenten gevonden die aantonen dat Spaulding Hodel wou blackmailen. Hodel was een doktor en volgens Spaulding gaf hij zijn patiënten foute diagnoses en liet hen voor onnodige behandelingen betalen.

Steve Hodel is een gepensioneerde detective van de politie van LA en zoon van George Hodel. Hij gelooft tot vandaag de dag dat Elizabeth Short zo’n patiënt was. Steve denkt dat zijn vader haar vermoord heeft. George Hodel had immers ook de medische kennis die gebruikt was om Elizabeth Short zo zorgvuldig te verminken en in tweeën te snijden.

Hodel stierf in 1999.

 

Wordt vervolgd?

Ondanks vele bewijzen en nog meer verdachten is de moordenaar van Elizabeth Short nooit gevonden en blijft de moord tot vandaag de dag onopgelost. De hoofdverdachten in de zaak zijn allemaal gestorven, een kans op sluiting van de zaak is miniem. Steve Hodel blijft standvastig een site onderhouden om te bewijzen dat zijn vader wel degelijk de moordenaar is.

 

Vanaf vandaag vind je hier elke maandag, woensdag en vrijdag een artikel dat deel uitmaakt van een mysteriereeks.
True crime laat niemand onbewogen. Ook onze redacteurs niet. Op Murder Monday nemen we moorden onder de loep, zowel opgelost als onopgelost.

 

Tekst: Gitte Scheers
Foto: CC Santa Barbara police